Ons Onderwijs

Studentenstrijd als onderdeel van de 1 mei-viering

Op 1 mei, Dag van de Arbeid, wordt de strijd van de arbeidersklasse gevierd. Ook de strijd voor goed en toegankelijk onderwijs maakt onderdeel uit van deze viering. In tijden waarin alles gedomineerd wordt door de dictaat van de kapitalistische markteconomie, wordt ook het onderwijs niet gespaard. Universiteiten zijn steeds meer een goedkoop wervingsbureau en selectiebedrijf voor de arbeidsmarkt geworden. Net zoals andere publieke instellingen worden onderwijsinstellingen tegenwoordig als ondernemingen bedreven. De studenten worden, in een zo kort mogelijke tijd, klaargestoomd voor de arbeidsmarkt. Binnen instelling waar alles draait om efficiëntie is er weinig ruimte voor persoonlijke ontwikkeling. En de tijd nemen voor je eigen ontwikkeling kost in een neoliberale economie helaas óók nog geld. Ook al is er eigenlijk maatschappelijk belang aan nieuwe artsen, docenten, pedagogen of wetenschappers, wordt van de student verwacht de kosten voor hun opleiding bijna helemaal zelf te dragen, oftewel in hun eigen toekomst te ‘investeren’. Zo is de basisbeurs inmiddels afgeschaft en investeert de overheid steeds minder in het onderwijs. Om die reden wordt het collegegeld al jaren verhoogd. Studeren wordt dus steeds duurder. Steeds meer gezinnen hebben moeite om hun kinderen te helpen met de bekostiging van hun studie.

Studenten uit migrantengezinnen zijn zelfs extra gedupeerd, omdat zij vaak uit arme gezinnen komen en dit in stand wordt gehouden door ongelijke behandeling op de arbeidsmarkt. Zelfs wanneer zij wel een hoge opleiding hebben genoten. Zo blijkt uit de cijfers van Eurostat en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) dat zij minder snel een baan vinden vergeleken met autochtone Nederlanders met hetzelfde opleidingsniveau. Het gaat dus zoals het altijd al ging: sociaaleconomisch kwetsbare groepen worden zwak gehouden. Het waarborgen van de toegankelijkheid van onderwijs is dus erg belangrijk voor eerlijke kansen voor iedereen, ongeacht afkomst en financiële positie.

Universiteiten zijn steeds meer afhankelijk van de financiering die zij krijgen op basis van het aantal afgestudeerden en het onderzoek dat zij verrichten. Daarnaast zijn ze steeds meer gewezen op de financiering van bedrijven om onderzoek te kunnen verrichten. Hierom doen universiteiten er alles aan om zo aantrekkelijk mogelijk te zijn voor deze bedrijven. Een ander, maar hieraan verbonden zorgwekkende ontwikkeling is, dat studenten steeds minder inspraak hebben op hun studies. Van bovenaf wordt bepaald welke studies “rendabel” genoeg zijn om in te investeren. Studenten en medewerkers van universiteiten kunnen hierdoor alleen maar hopen op de ‘goodwill’ van het bestuur. Hun eigen lot hebben ze echter al lang niet meer in handen door dit proces van financialisering.

Studenten worden tot producten en worden óók nog genoodzaakt om mee te werken aan de snelle vervaardiging tot dit eindproduct. In dit proces zijn studenten zowel product van het bedrijf ‘de Universiteit’ geworden als wel producent van zichzelf.

De overheid kiest voor het uithollen van de studentenrechten en ziet onderwijs steeds minder als haar zorg, terwijl dit wel is vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet. Onderwijs lijkt zo eerder een lastpost te zijn geworden. We vergeten bijna dat het recht op onderwijs een grondrecht is voor iedereen. En dat is niet zonder reden.

Het is belangrijk dat universiteiten toegankelijk zijn voor iedereen. Het opleiden van kritische mensen is een voorwaarde voor een gezonde samenleving. De bezuinigingen in het onderwijs, zoals de afschaffing van de studiefinanciering, zorgen ervoor dat onderwijs alleen toegankelijk wordt voor mensen die het zich financieel kunnen veroorloven. Dit betekent dat een groep mensen die niet de juiste financiële middelen tot hun beschikking heeft bewust kennis en zo ook macht ontzegd wordt. Het emancipatoire karakter van onderwijs wordt op deze manier afgebroken door bezuinigingsmaatregelen. Het is duidelijk dat het onderwijs, als een van de bouwstenen van een menselijke samenleving, belangrijk is om voor te strijden. Studenten en scholieren nemen op verschillende wijzen een plaats in in de samenleving: als kinderen van arbeiders, zij zijn de werkers van de toekomst, onze verzorgers,  later misschien ouders van studenten en de ouderen die zorg behoeven. Zij worden voorbereid op een leven als werkende.

Gelukkig zijn studenten strijdbaar genoeg om op te komen voor hun rechten en die van anderen. Zij staan niet alleen in deze strijd. Ook andere werknemers, als bijvoorbeeld docenten, doen mee. Het is belangrijk om ons hard te maken voor goede studentenrechten als wij willen dat onderwijs een sterke bouwsteen blijft in onze maatschappij. Studentenbewegingen als De Nieuwe Universiteit hebben dit in gang gezet. Ook in Nijmegen hebben studenten en docenten zich verenigd in De Nieuwe Universiteit Nijmegen. Zij verdienen steun in hun strijd voor een democratisch onderwijs dat toegankelijk is voor iedereen en in dienst staat van de hele samenleving.

Niet alleen studenten en docenten maken deel uit van de onderwijsinstelling. Er zijn talloze andere medewerkers actief. De studenten van De Nieuwe Universiteiten zetten zich ook in voor de arbeidsvoorwaarden van deze werkers en gaan graag zij aan zij deze strijd aan. Zij vinden het belangrijk dat ook hun arbeidsrechten versterkt worden. Dit betekend onder andere dat zij niet meer in onzekerheid zouden moeten blijven door hen aan het lijntje te houden met “flexcontracten”. Flexcontracten hebben geen plek op de universiteiten en scholen. Alle medewerkers hebben volgens de studenten van De Nieuwe Universiteit recht op een arbeidsovereenkomst met goede arbeidsvoorwaarden. Hun universiteit moet het goede voorbeeld geven vinden zij.

Deze 1 mei-viering staat in het teken van de brede sociale strijd die gevoerd wordt op verschillende plekken in de samenleving. Deze viering is er ook voor en door studenten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *